ECLI:NL:PHR:2004:AO3142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verontreinigingsheffing oppervlaktewateren en tijdsevenredige vermindering aanslag
Belanghebbende exploiteerde een minicamping die jaarlijks slechts zes maanden geopend was, maar gebruikte het perceel het gehele jaar. Het Zuiveringsschap legde aanslagen verontreinigingsheffing op voor 1996, 1997 en 1998, die belanghebbende betwistte. Het Hof had de aanslag voor 1996 verminderd op basis van tijdsevenredigheid, maar deed geen uitspraak over 1997.
De Hoge Raad stelt vast dat de heffingsverordening een heffing per kalenderjaar kent en dat het waterverbruik als maatstaf geldt, ongeacht seizoensgebruik. Tijdsevenredige vermindering is niet toegestaan omdat dit de volumemaatstaf zou denatureren. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onterecht niet op het beroep over 1997 heeft beslist en vernietigt het arrest om die reden.
Verder wordt geoordeeld dat het beroep in cassatie namens de ambtenaar belast met de heffing niet ontvankelijk is omdat alleen het dagelijks bestuur daartoe bevoegd is. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling, inclusief onderzoek naar de verbindende kracht van de heffingsverordening en de achterliggende provinciale verordening.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van het dagelijks bestuur wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd; het beroep van de ambtenaar belast met de heffing wordt niet-ontvankelijk verklaard.