ECLI:NL:HR:2001:AB3119
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging baatbelasting wegens ongelijke behandeling gelijke gevallen
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag baatbelasting opgelegd door de gemeente Doetinchem, welke na bezwaar werd gehandhaafd door B en W. Het Hof vernietigde zowel de aanslag als de uitspraak van B en W. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het Hof-arrest, evenals de gemeente Doetinchem met een incidenteel beroep.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van beide beroepen en oordeelde dat het principale beroep niet-ontvankelijk was omdat het Hof de aanslag al had vernietigd en het incidentele beroep wel ontvankelijk was. De Hoge Raad stelde vast dat het incidentele beroep door een gemachtigde was ingesteld, ondanks enkele formele onduidelijkheden.
Inhoudelijk bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het Hof dat sprake was van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, wat leidde tot willekeurige belastingheffing. Dit maakte de Verordening baatbelasting jegens belanghebbende onverbindend. De klachten van de gemeente over de uitleg van het Hof faalden, evenals de klacht over vermeende disproportionele kostenverhaal.
De Hoge Raad veroordeelde de gemeente in de kosten van het cassatiegeding en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het principale beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het incidentele beroep ongegrond, waarbij de baatbelastingaanslag wordt vernietigd wegens ongelijke behandeling van gelijke gevallen.