ECLI:NL:PHR:2004:AO1953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over geldigheid ontslag op staande voet wegens niet gemelde uitzendwerkzaamheden tijdens ziekte
De zaak betreft de geldigheid van een ontslag op staande voet van een ziekenverzorgende in opleiding die zich ziek meldde bij haar werkgever, Vreugdehof, maar tijdens die ziekteperiode elders in de zorg werkte via een uitzendbureau. De werkgever ontdekte dit en sprak het ontslag uit wegens bedrog. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat zij zich terecht ziek had gemeld omdat zij haar lichtere uitzendwerkzaamheden wel kon verrichten.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de werknemer haar restcapaciteit had moeten melden en dat het verzwijgen daarvan een dringende reden voor ontslag opleverde. De Hoge Raad stelde in cassatie vast dat de rechtbank het ontslag op staande voet had beoordeeld op andere gronden dan de werkgever had aangevoerd in de ontslagbrief, wat niet is toegestaan. De ontslagbrief vermeldde alleen dat de werknemer op dagen dat zij ziek was, elders werkte, maar niet dat zij haar restcapaciteit niet had gemeld.
De Hoge Raad benadrukte dat de dringende reden onverwijld en duidelijk moet worden medegedeeld zodat de werknemer zijn standpunt kan bepalen. Omdat de rechtbank onvoldoende toelichting gaf op hoe de door haar genoemde reden uit de ontslagbrief kon worden afgeleid, werd het vonnis vernietigd en verwezen. De Hoge Raad oordeelde verder dat de verplichting om restcapaciteit te melden niet algemeen geldt, maar in deze zaak door de omstandigheden wel kon worden aangenomen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet werd vernietigd wegens onvoldoende duidelijke mededeling van de dringende reden in de ontslagbrief.