ECLI:NL:HR:2002:AD9430
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet wegens onvoldoende motivering en afweging persoonlijke omstandigheden werknemer
De zaak betreft een werknemer die na een periode van ziekte door de werkgever op staande voet werd ontslagen wegens vermeend onwettig verzuim. De werknemer was ruim 32 jaar in dienst en meldde zich ziek, maar werd door artsen arbeidsgeschikt verklaard. De werkgever stelde dat de werknemer zijn werk niet had hervat ondanks waarschuwingen en sprak op 23 april 1998 het ontslag uit.
De kantonrechter wees de loonvordering van de werknemer toe, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het ontslag terecht was wegens onwettig verzuim vanaf 20 april 1998. De Hoge Raad stelde echter vast dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom zij de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, lange dienstverband en de gevolgen van het ontslag, niet had meegewogen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank onduidelijk was over de kennisname van de werknemer van de uitslag van het medisch onderzoek dat hem arbeidsgeschikt verklaarde. Hierdoor was het oordeel over het onwettig verzuim onvoldoende onderbouwd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, waarbij een juiste afweging van alle omstandigheden moet plaatsvinden.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.