ECLI:NL:PHR:2004:AO0970
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de werking van koopoptie bij opvolgende verhuurders volgens art. 7A:1612 BW
In deze zaak gaat het om de vraag of een koopoptie die onderdeel uitmaakt van een huurovereenkomst, overgaat op opvolgende verhuurders na executoriale verkoop van het gehuurde woonhuis. De eisers hadden een koopoptie bedongen in hun huurovereenkomst, maar namen het huis niet af vanwege bodemverontreiniging. Het huis werd vervolgens executoriaal verkocht aan de verweerders.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de koopoptie is uitgewerkt door het sluiten van de koopovereenkomst tussen de eisers en de oorspronkelijke verhuurder. Hierdoor kunnen de eisers geen rechten meer ontlenen aan de koopoptie jegens de opvolgende verhuurders. De koopovereenkomst verplichtingen gaan niet over op de nieuwe eigenaar voordat levering heeft plaatsgevonden, zodat art. 7A:1612 BW niet van toepassing is.
Het incidentele cassatieberoep, waarin werd betoogd dat koopopties in het algemeen niet onder art. 7A:1612 BW vallen, wordt door de Hoge Raad eveneens verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat de wet een restrictieve uitleg van deze uitzonderingsregel vereist en dat de bescherming van de huurder zich niet uitstrekt tot koopopties die reeds zijn uitgewerkt.
De Hoge Raad wijst ook op de complexiteit van de afbakening tussen verplichtingen die direct verband houden met huurgenot en overige verplichtingen, maar concludeert dat in dit geval geen reden is om van de regel af te wijken. Het principale en incidentele cassatieberoep worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt dat de koopoptie is uitgewerkt door de koopovereenkomst en niet overgaat op opvolgende verhuurders.