ECLI:NL:PHR:2003:AJ1457
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moeder voor medeplegen moord op minderjarige dochter wegens niet distantiëren
In deze zaak werd de moeder van het slachtoffer veroordeeld voor medeplegen van moord op haar minderjarige dochter. De moeder had samen met anderen het slachtoffer begeleid naar de plaats waar de moord werd gepleegd en beschikte over een sleutel tot die woning. Hoewel zij zelf geen fysieke geweldshandelingen verrichtte, werd haar medeplichtigheid aangenomen vanwege haar actieve betrokkenheid en het niet distantiëren van de voorgenomen moord.
De verdediging voerde onder meer aan dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de moeder daadwerkelijk had meegewerkt aan de moord. De Hoge Raad oordeelde echter dat het medebegeleiden en het niet distantiëren een significante bijdrage vormden, passend binnen de juridische definitie van medeplegen. Daarnaast werd het begrip 'wurging' ruim uitgelegd, waarbij ook strangulatie met een voorwerp werd inbegrepen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het arrest van het hof dat de moeder veroordeelde tot zes jaar gevangenisstraf. Tevens werd geoordeeld dat het hof terecht gebruik had gemaakt van verklaringen en conclusies van een hoofdagent als bewijsmiddel. De moeder stond voor een hartverscheurend dilemma, maar dit ontsloeg haar niet van strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Uitkomst: De moeder werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord op haar dochter.