ECLI:NL:PHR:2003:AH8968
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over informele kapitaalstorting door cessie van huurtermijnen in vennootschapsbelasting
X B.V., opgericht als dochtermaatschappij met als doel de oudedagsvoorziening van haar aandeelhouder A, ontving door middel van een om niet geschiedde cessie toekomstige huurtermijnen van een bedrijfspand. Belanghebbende nam deze waarde op als informeel kapitaal en activeerde de huurtermijnen, waartegen de Inspecteur bezwaar maakte en afschrijving niet accepteerde.
Na afwijzing van bezwaren en beroep bij het Hof 's-Hertogenbosch, waarbij het hof oordeelde dat het voordeel uitsluitend uit vennootschappelijke betrekkingen voortkwam en derhalve niet als informele kapitaalstorting kon worden gezien, kwam de zaak in cassatie. De Hoge Raad bevestigde de lijn uit eerdere jurisprudentie dat voordelen die bij de aandeelhouder belast zouden zijn als inkomsten uit vermogen, ook bij de vennootschap in de winst moeten worden betrokken.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende, waaronder het argument dat sprake zou zijn van dubbele belastingheffing en dat het legaliteitsbeginsel werd geschonden. De cassatie werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.