ECLI:NL:GHSHE:2001:AD6327
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens cessie toekomstige huurtermijnen als informeel kapitaal
De belanghebbende, een BV, ontving van haar aandeelhouder een cessie om niet van toekomstige huurtermijnen van een onroerende zaak. De Inspecteur nam de contante waarde van deze huurtermijnen in één keer als bate in de winst van 1995, wat leidde tot een hogere aanslag vennootschapsbelasting. De belanghebbende betoogde dat deze cessie een informele kapitaalstorting betreft en niet tot de totaalwinst behoort.
Het hof stelde vast dat het voordeel uitsluitend zijn oorzaak vindt in de verhouding tussen de vennootschap en haar aandeelhouder, en dat de waarde van de gecedeerde huurtermijnen correct was vastgesteld. Volgens het hof behoort dit voordeel in beginsel niet tot de totaalwinst, tenzij bij de aandeelhouder het voordeel niet tot winst wordt gerekend. Aangezien de aandeelhouder de huurtermijnen niet als winst uit onderneming belast kreeg, maar deze normaal gesproken als inkomsten uit vermogen zouden zijn belast, moet het voordeel bij de vennootschap worden betrokken.
Het hof oordeelde dat goed koopmansgebruik vereist dat de huurtermijnen gespreid over de jaren waarin zij vervallen tot de winst worden gerekend en niet ineens in 1995. De aanslag werd daarom verminderd tot het oorspronkelijke belastbare bedrag. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan de belanghebbende vergoed.
Deze uitspraak benadrukt de fiscale behandeling van informele kapitaalstortingen via cessie en de toepassing van het realiteitsbeginsel in de winstbepaling.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1995 wordt verminderd tot fl. 126.175,= omdat de cessie van toekomstige huurtermijnen als informeel kapitaal wordt aangemerkt en niet in één keer tot de winst behoort.