ECLI:NL:PHR:2003:AF9439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg uitsluitingsclausule AVB-verzekering bij schade door hoogwerker op WAM-plichtig voertuig
In deze zaak staat centraal de uitleg van een uitsluitingsclausule in een algemene aansprakelijkheidsverzekering (AVB) van Nationale Nederlanden (NN) ten aanzien van schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig. Het ongeval betrof een dodelijk valincident van een constructieschilder uit een hoogwerker die op een WAM-plichtige vrachtwagen was gemonteerd. De schade viel niet onder de WAM-verzekering van de vrachtwagen, omdat het ongeval niet plaatsvond tijdens deelname aan het verkeer, maar als werkrisico.
De verzekerde, [verweerder], had naast de verplichte WAM-verzekering ook een AVB-verzekering bij NN afgesloten. NN stelde dat de uitsluitingsclausule in de AVB-polis ook de schade dekt die met of door een motorrijtuig is toegebracht, en dat de schade daarom niet onder de AVB-polis viel. Het hof oordeelde echter dat de uitsluiting in de AVB-polis niet verder reikt dan de dekking van de WAM-polis, en dat de verzekerde gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een spiegelbeelddekking tussen beide polissen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de uitleg van de polisvoorwaarden volgens de Haviltex-maatstaf moet plaatsvinden, waarbij het gerechtvaardigd vertrouwen van de verzekeringnemer op dekking centraal staat. De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten van NN en benadrukte dat de verzekeraar rekening moet houden met het verwachtingspatroon van de verzekeringnemer, vooral bij een bedrijf als 'Drima Hoogwerkerverhuur'. De Hoge Raad wees ook op het belang van zekerheid die een verzekering biedt en dat de uitsluitingsclausule niet onredelijk ruim mag worden uitgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Nationale Nederlanden wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.