ECLI:NL:PHR:2003:AF5529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat ingewikkelde feiten niet in kortgeding kunnen worden beoordeeld bij opheffing conservatoir beslag
In deze zaak vorderde eiseres tot cassatie opheffing van conservatoir beslag op haar schip, gelegd door Bremen c.s. wegens een geschil over aansprakelijkheid voor verloren gegane lading. De president van de rechtbank had het beslag opgeheven, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af, stellende dat de zaak te ingewikkeld was voor een kortgedingprocedure.
Het geschil betrof onder meer de uitleg van clausules in de fixing note en het cognossement en de vraag of er sprake was van roekeloos of grove nalatigheid bij het vastzetten van de lading. Bremen c.s. voerden aan dat het schip niet zeewaardig was gestuwd, terwijl eiseres stelde dat zij door clausules was vrijgesteld van aansprakelijkheid.
De Hoge Raad bevestigde dat de kortgedingrechter, inclusief de appelrechter, de vrijheid heeft om een voorziening te weigeren indien de zaak niet vatbaar is voor voldoende toelichting in kortgeding. De motiveringsplicht is minder streng dan in een bodemprocedure, maar het hof had voldoende gemotiveerd waarom nader feitelijk onderzoek nodig was. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand; het beslag wordt niet opgeheven.