ECLI:NL:PHR:2003:AF4838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid gecombineerde marktgeldheffing gemeente Enschede
Aan belanghebbende, een marktkoopman te Z, werd voor 1998 een aanslag marktgeld opgelegd door de gemeente Enschede. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof Arnhem de aanslag omdat het niet kon worden gebaseerd op artikel 3 van Pro de Verordening marktgelden en standplaatsrechten 1998. Het Hof oordeelde dat de reclamekosten niet als kosten van beheer konden worden toegerekend aan het gebruik van de standplaats.
Het College van burgemeester en wethouders van Enschede stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 3 van Pro de Verordening marktgelden moet worden uitgelegd als een gecombineerde gebruiks- en genotsretributie, gebaseerd op artikel 229, lid 1, onderdelen a en b, van de Gemeentewet. De standplaats bevond zich op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waardoor het belastbare feit aanwezig was.
Verder stelde de Hoge Raad dat de kosten van reclameactiviteiten wel degelijk als onderdeel van de genotsretributie mogen worden opgenomen, mits dit in de vorm van een gecombineerde retributie geschiedt. De grief van belanghebbende dat de reclamekosten niet in de aanslag mochten worden opgenomen, werd verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart de aanslag marktgeld van de gemeente Enschede rechtmatig.