ECLI:NL:HR:1999:AA3815
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende was tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1994 in beroep gegaan. De Voorzitter van de tweede meervoudige belastingkamer verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat geen bezwaarschrift was ingediend. Het hof verklaarde het verzet tegen deze beschikking ongegrond.
In cassatie klaagt belanghebbende dat een aanvulling op zijn aangifte, die bezwaren bevatte tegen de aanslag, ten onrechte niet als bezwaarschrift is aangemerkt. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten bepalen dat het geschrift als bezwaarschrift aan de belastingdienst moest worden doorgezonden, omdat het bezwaren bevatte en er geen voor beroep vatbare uitspraak was gedaan.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en gelast dat het geschrift alsnog wordt doorgezonden aan de belastingdienst. Tevens veroordeelt hij de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding en bepaalt vergoeding van griffierechten. Hiermee wordt de procedure voortgezet bij de belastingdienst.
Uitkomst: Het geschrift van belanghebbende wordt alsnog als bezwaarschrift doorgezonden aan de belastingdienst en het arrest van het hof wordt vernietigd.