ECLI:NL:HR:1995:AA3022
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid van reclamegeldheffing op marktstandplaats
In deze zaak betrof het een geschil over de heffing van marktgeld door de gemeente Almelo aan belanghebbende voor het innemen van een standplaats op een markt in het centrum van Q op 7 januari 1993. De Directeur had een bedrag van ƒ 39,60 geheven, inclusief een reclamegeldcomponent van vijf gulden. Na bezwaar bleef de heffing gehandhaafd, maar het Hof Arnhem vernietigde dit besluit en verlaagde het geheven bedrag tot ƒ 34,60.
De Directeur stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het reclamegeld bedoeld was ter dekking van kosten voor reclameactiviteiten die niet onder het innemen van een standplaats vallen zoals bedoeld in de marktgeldverordening 1993 en de Gemeentewet. Het Hof had terecht geoordeeld dat deze reclamekosten niet als kosten van beheer konden worden toegerekend aan het gebruik van het marktterrein door standplaatshouders.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Directeur en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een mogelijke proceskostenveroordeling. De Hoge Raad bepaalde ook de terugbetaling van een deel van de door de Directeur betaalde griffierechten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het reclamegeld ten onrechte was geheven.