ECLI:NL:PHR:2003:AF3308
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan Spanje wegens medeplichtigheid aan voorbereiding van moord binnen terroristisch commando Gorbea
De zaak betreft de uitlevering van een verdachte aan Spanje wegens deelname aan het terroristische commando Gorbea, actief in Catalonië in 2001, en het verschaffen van informatie die leidde tot de moord op de voorzitter van de rechtse organisatie CEDADE.
De verdediging voerde aan dat uitlevering ontoelaatbaar is wegens schending van artikel 6 EVRM Pro, gebaseerd op verklaringen verkregen onder marteling, en dat de stukken onvoldoende waren om een redelijk vermoeden van schuld vast te stellen. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat Spanje het EVRM naleeft en de verdachte zijn rechten kan uitoefenen in de Spaanse en Europese rechtsgang.
De Hoge Raad bevestigde dat de uitlevering toelaatbaar is, dat de omschrijving van de feiten voldoende aanknopingspunten biedt, en dat het niet aan de uitleveringsrechter is om diepgaand onderzoek te doen naar schuld of onschuld. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het risico op foltering of onmenselijke behandeling niet zodanig is dat uitlevering moet worden geweigerd, en dat de beoordeling van dergelijke risico's aan de Minister van Justitie is voorbehouden.
De uitlevering werd daarmee bevestigd, waarbij de Hoge Raad het vertrouwen in de Spaanse rechtsstaat en het interstatelijk vertrouwensbeginsel benadrukte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering aan Spanje wegens medeplichtigheid aan voorbereiding van moord binnen het terroristische commando Gorbea.