ECLI:NL:HR:2001:AB0262
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering aan Duitsland voor druggerelateerde strafbare feiten
De zaak betreft het verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland ter strafvervolging voor feiten vermeld in een Haftbefehl van het Amtsgericht Kleve van 2 oktober 1996. De Hoge Raad heeft de opgeëiste persoon gehoord en de waarnemend Advocaat-Generaal heeft geadviseerd dat de uitlevering toelaatbaar is.
De feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd zijn strafbaar gesteld in zowel het Duitse als het Nederlandse recht, waarbij sprake is van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De Hoge Raad oordeelt dat aan de vereisten van dubbele strafbaarheid is voldaan. Verweren van de opgeëiste persoon dat de feitomschrijving te vaag zou zijn, worden verworpen omdat het Haftbefehl voldoet aan de eisen van het Europees Verdrag betreffende uitlevering.
Ook het verweer dat de redelijke termijn is overschreden, wordt verworpen. De Hoge Raad stelt dat het vertrouwen in de verzoekende staat prevaleert, tenzij sprake is van een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet het geval is. De uitlevering wordt daarom toelaatbaar verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar.