ECLI:NL:HR:2000:AA7235
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks bezwaren over schending fair trial in Schotland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van een persoon aan het Verenigd Koninkrijk deels toelaatbaar en deels ontoelaatbaar verklaarde. De opgeëiste persoon stelde dat uitlevering zou leiden tot een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) vanwege de omvangrijke negatieve publiciteit in Schotland, waardoor een onpartijdige jury niet mogelijk zou zijn.
De Rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een aanzienlijk risico op een flagrante schending van het recht op een fair trial opleverden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt het beginsel van vertrouwen tussen EVRM-gebonden staten dat fundamentele rechten worden gerespecteerd, tenzij concreet bewijs van risico's wordt geleverd.
Daarnaast wees de Hoge Raad het verzoek af om de zaak aan te houden om een deskundige te horen, omdat een algemene toetsing van het rechtsstelsel van de verzoekende staat niet past in een uitleveringsprocedure. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep faalt en bevestigt de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan het Verenigd Koninkrijk bevestigd.