ECLI:NL:PHR:2002:AE7313
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbelasting naheffingsaanslag en brutering bij contante uitkering aan werknemers
In deze zaak draait het om een naheffingsaanslag loonbelasting van f 600.000 die de inspecteur oplegde aan X B.V. vanwege contante uitkeringen aan werknemers en directeuren, afkomstig uit transacties met aandelen via een Zwitserse Treuhand. De belanghebbende stelde dat het voordeel niet als loon uit dienstbetrekking moest worden aangemerkt en dat de naheffingsaanslag verminderd moest worden vanwege latere heffing in de inkomstenbelasting.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de uitkeringen loon vormden en dat de naheffingsaanslag terecht was gebruteerd naar een grondslag van f 1.000.000. Het vertrouwensbeginsel werd door het Hof verworpen en het Hof vond dat de inspecteur niet verplicht was de naheffingsaanslag te verminderen als het loonbestanddeel later in de inkomstenbelasting werd betrokken.
De belanghebbende stelde in cassatie meerdere middelen voor, waaronder dat het Hof onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aard van de uitkeringen, dat de inspecteur onrechtmatig was teruggekomen op een toezegging tot vermindering van de brutering, en dat de naheffingsaanslag onterecht was verhoogd. De Hoge Raad bevestigde dat een naheffingsaanslag loonbelasting blijft bestaan zolang het loonbestanddeel niet definitief in de inkomstenbelasting is belast en dat de inspecteur gebonden is aan zijn toezegging, tenzij sprake is van strijd met de wet.
De Hoge Raad oordeelde verder dat het Hof terecht aannam dat de transacties voor rekening van de vennootschap plaatsvonden en dat de uitkeringen loon waren. Ook werd geoordeeld dat het Hof voldoende gemotiveerd had waarom de belanghebbende het risico van naheffing voor eigen rekening had genomen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond en vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak op bezwaar, en stelde de naheffingsaanslag vast op f 240.000.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting werd verminderd tot f 240.000 vanwege de gebondenheid van de inspecteur aan zijn toezegging omtrent brutering.