ECLI:NL:PHR:2002:AE6118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn na schietpartij op school
Deze zaak betreft een verdachte die door het hof is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot moord en poging tot doodslag na een schietincident op 7 december 1999 in een school in Veghel. De zoon van verdachte schoot met een pistool op meerdere personen, waarbij ook toevallige slachtoffers gewond raakten. Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat ook anderen dan het beoogde slachtoffer zouden worden geraakt.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de zoon niet betrouwbaar waren en dat het eerwraakmotief niet was komen vast te staan. Het hof achtte de verklaringen echter betrouwbaar en verwierp het verweer. De Hoge Raad bevestigde dat de selectie en waardering van bewijsmateriaal aan het hof toekomt en vond geen reden om het oordeel over de betrouwbaarheid te vernietigen.
Wel constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling van de zaak. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest alleen voor wat betreft de strafmaat en verminderde de opgelegde gevangenisstraf. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf van negen jaar wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep wordt verder verworpen.