ECLI:NL:PHR:2002:AE4550
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Huurwet en kwalificatie woonruimte bij verhuur recreatieve percelen met huisjes
In deze zaak staat centraal of de Huurwet van toepassing is op de huur/verhuur van percelen grond bestemd voor recreatief gebruik met daarop aanwezige huisjes, en of deze huisjes als woonruimte moeten worden aangemerkt. De Haagse Lente c.s. vorderen dat de uitgebreide huurbescherming van de Huurwet dan wel de bescherming op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) geldt, terwijl [verweerder] de huisjes als niet-woonruimte kwalificeert.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Huurwet van toepassing is en dat de huisjes als onroerende zaken moeten worden aangemerkt, maar heeft de huurbescherming beperkt tot de artikelen 28c e.v. Huurwet. De Hoge Raad bevestigt dat de huurobjecten als geliberaliseerd moeten worden beschouwd, omdat zij per 30 juni 1971 niet verhuurd waren en in een gemeente liggen waar het Liberalisatiebesluit VI geldt.
Ten aanzien van de kwalificatie als woonruimte wijst de Hoge Raad op het ontbreken van een sluitende wettelijke definitie en benadrukt dat de beoordeling plaatsvindt aan de hand van de omstandigheden van het geval. De huisjes zijn bestemd voor recreatief gebruik, niet geschikt voor bewoning, en overnachting was verboden. Deze factoren leiden tot het oordeel dat de huisjes niet als woonruimte kunnen worden aangemerkt, waardoor de uitgebreide huurbescherming niet van toepassing is.
Het cassatieberoep van De Haagse Lente c.s. wordt verworpen, waarmee de beperkte toepassing van de Huurwet en de kwalificatie van de huisjes als niet-woonruimte worden bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de huisjes kwalificeren niet als woonruimte en de huurbescherming blijft beperkt.