ECLI:NL:HR:1974:AB4861
Hoge Raad
- Cassatie
- Wiarda
- de Meijere
- Hollander
- Minkenhof
- Drion
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid van de Huurwet op overeenkomsten huisvesting gastarbeiders
In deze zaak stond de vraag centraal of overeenkomsten betreffende de huisvesting van buitenlandse gastarbeiders onder de bepalingen van de Huurwet vallen. De Rechtbank Rotterdam had geoordeeld dat deze wet van toepassing was, ondanks dat de huurders het slaapvertrek moesten delen met meerdere personen en ook gemeenschappelijke voorzieningen gebruikten.
De Hoge Raad overwoog dat de betekenis van huur en verhuur in de Huurwet moet worden uitgelegd aan de hand van artikel 1584 van Pro het Burgerlijk Wetboek, maar dat de strekking van de Huurwet, die gericht is op bescherming van woningzoekenden vanwege schaarste aan woonruimte, doorslaggevend is bij grensgevallen. Ook gedeeld gebruik van woonruimte kan onder de Huurwet vallen.
De Hoge Raad stelde vast dat de overeenkomsten meer omvatten dan alleen het gebruik van onroerend goed, zoals levering van gas, licht, water en beddegoed. Dit sluit niet uit dat het huurkarakter behouden blijft. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de toepasselijkheid van de Huurwet op deze overeenkomsten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bepalingen van de Huurwet van toepassing zijn op de huisvestingsovereenkomsten van gastarbeiders.