ECLI:NL:PHR:2002:AE2380
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gebondenheid medeëigenares aan koopovereenkomst via schijn van volmacht makelaar
In deze zaak stond centraal of een medeëigenares van een huis gebonden kon worden aan een koopovereenkomst die door haar makelaar was gesloten zonder haar expliciete toestemming. De feiten betroffen een huis in Assendelft dat eigendom was van eiser 1 en eiseres 2, die het huis gezamenlijk wilden verkopen via een makelaar. Na meerdere biedingen door verweerder, werd uiteindelijk een bod van f 475.000,- uitgebracht via de makelaar, dat door eiser 1 werd gecommuniceerd met instemming van eiseres 2. De makelaar gaf aan verweerder door dat het bod was aanvaard, maar eiser 1 en eiseres 2 weigerden het concept-koopcontract te ondertekenen en trokken de verkoopopdracht in.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eiseres 2 door haar handelen en het gebruik van eiser 1 als boodschapper tegenover verweerder de schijn had gewekt dat de makelaar bevoegd was het bod te aanvaarden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het toedoenbeginsel en het risicobeginsel in het Nederlandse recht relevant zijn bij onbevoegde vertegenwoordiging. De Hoge Raad stelde dat het hof terecht had geoordeeld dat verweerder mocht vertrouwen op de volmacht van de makelaar, mede omdat het vierde bod van verweerder aansloot op eerdere biedingen en bezwaren van eiseres 2.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten van eiser 1 en eiseres 2 en oordeelde dat de gebondenheid aan de koopovereenkomst terecht was vastgesteld. De uitspraak bevestigt de toepassing van het toedoenbeginsel en het belang van het wekken van de schijn van volmacht in situaties van onbevoegde vertegenwoordiging door een makelaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de medeëigenares gebonden is aan de koopovereenkomst vanwege de gewekte schijn van volmacht door de makelaar.