ECLI:NL:PHR:2002:AE1486
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert ontnemingsmaatregel wegens overschrijding redelijke termijn in heroïnehandelzaak
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Hof Den Haag waarin aan verzoeker ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel is opgelegd. De procedure kenmerkt zich door een uitzonderlijk lange duur van ruim vijfeneenhalf jaar vanaf de betekening van de ontnemingsvordering tot de beslissing van de Hoge Raad.
De overschrijding van de redelijke termijn in cassatie bedroeg ruim twee jaar en acht maanden, veroorzaakt door administratieve fouten en zoekraken van het dossier. Ondanks herhaalde pogingen van de raadsman om de procedure te bespoedigen, bleef het Hof aanvankelijk onwetend over het cassatieberoep. De Hoge Raad stelt vast dat deze overschrijding niet door bijzondere omstandigheden kan worden gerechtvaardigd.
Het Hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op basis van bewezenverklaarde feiten omtrent een geslaagd heroïnetransport, waarbij kosten van mislukte transporten niet in mindering werden gebracht. Verzoeker betwistte dit, maar de Hoge Raad verwierp deze stelling wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
De Hoge Raad benadrukt het maatschappelijke belang van de tenuitvoerlegging van ontnemingsmaatregelen bij ernstige feiten, maar acht de overschrijding van de redelijke termijn dermate uitzonderlijk dat een substantiële vermindering van de maatregel gerechtvaardigd is. De voorgestelde halvering van het bedrag en het aantal dagen hechtenis wordt als passend beschouwd.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het de vaststelling van het te betalen bedrag en de vervangende hechtenis betreft, vermindert de maatregel aanzienlijk en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de ontnemingsmaatregel aanzienlijk wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.