ECLI:NL:PHR:2000:AA7361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en eigendom spuitcabines in faillissementsprocedure
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of ECCL onrechtmatig had gehandeld jegens de boedel van de failliete vennootschap CXA International door spuitcabines te verkopen die volgens het hof eigendom waren van CXA International. De curator had gesteld dat ECCL en CXA Europe via gefingeerde leningen de koopsom van de spuitcabines hadden betaald zonder dat CXA International eigenaar werd, en dat ECCL onrechtmatig handelde door de spuitcabines na faillissement te verkopen.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis deels en kende een schadevergoeding toe op grond van onrechtmatige daad. Het hof oordeelde dat CXA International eigenaar was van de spuitcabines, dat deze niet door natrekking onderdeel waren geworden van het bedrijfspand, en dat ECCL door verkoop van de spuitcabines aan een derde de boedel had benadeeld.
De Hoge Raad verwierp de meeste cassatiemiddelen van ECCL, bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van een aan ECCL toe te rekenen onrechtmatige daad, en oordeelde dat het hof terecht de vordering uit onrechtmatige daad had toegewezen. Wel corrigeerde de Hoge Raad de toekenning van wettelijke rente, die pas vanaf de datum van de onrechtmatige daad moet lopen.
De zaak illustreert de toepassing van het faillissementsrecht, eigendomsrecht en onrechtmatige daad in complexe insolventiegeschillen waarbij vermenging van vennootschappen en gefingeerde transacties aan de orde zijn.
Uitkomst: ECCL is aansprakelijk voor onrechtmatige daad en moet schadevergoeding betalen wegens verkoop van spuitcabines die eigendom waren van de failliete vennootschap CXA International.