ECLI:NL:PHR:2000:AA4799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale behandeling van agio bij uitgifte van bankbrieven
Deze zaak betreft het beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam over de fiscale behandeling van agio bij de uitgifte van bankbrieven door ABN AMRO NV in 1993.
De belanghebbende had bankbrieven gekocht met een agio en meegekochte rente, waarbij de Inspecteur de aftrek van het agio weigerde maar de aftrek van meegekochte rente toestond. Het hof oordeelde dat de looptijd van de lening al op de emissiedata was aangevangen en dat het agio tot de vermogenssfeer behoorde, hetgeen de Inspecteur bevestigde.
De Hoge Raad stelt dat de looptijd van de lening pas begint bij de feitelijke uitgifte, waardoor het hof een verkeerde rechtsopvatting hanteerde. Desondanks kan het beroep niet slagen omdat het agio niet als aftrekbare kosten kan worden aangemerkt. De conclusie is dat het beroep wordt verworpen.
De conclusie bevat een uitgebreide analyse van de juridische kwalificatie van agio, waarbij wordt verwezen naar eerdere jurisprudentie en literatuur. Er wordt een voorkeur uitgesproken voor de opvatting dat het agio deel uitmaakt van de hoofdsom en dat de rente wordt verminderd met het agio, en dat het agio niet als negatieve rente of aftrekbare kosten kan worden beschouwd.
Daarnaast wordt kort ingegaan op de fiscale behandeling van meegekochte rente, die als kosten met het oog op de verwerving van de eerste rentetermijnen terecht aftrekbaar is gesteld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het hofarrest bevestigd; het betaalde agio is niet aftrekbaar.