ECLI:NL:HR:1994:AA2959
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid kosten vruchtgebruik aandelen in inkomstenbelasting
Belanghebbende had in 1978 het recht van vruchtgebruik gevestigd op aandelen tegen betaling van bijna 1,9 miljoen gulden. In 1985 kocht hij dit vruchtgebruik terug voor circa 1,47 miljoen gulden en emigreerde kort daarna. In de jaren daarna werden dividenden uitgekeerd en in 1987 werden de aandelen verkocht.
De Inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting over 1985 gehandhaafd, maar het Hof vernietigde deze en stelde de aanslag op nihil. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat de betaalde koopsom voor het tijdelijk recht van vruchtgebruik op aandelen aftrekbare kosten zijn, ook als de koper van het vruchtgebruik de bloot eigenaar is. Het beroep faalt omdat geen uitzondering op deze regel bestaat. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het tenietgaan van het vruchtgebruik geen negatieve kostenpost vormt en de waardestijging van de aandelen hierdoor niet wordt geraakt.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en stelt belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam bevestigd.