ECLI:NL:PHR:2000:AA4280
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afstand werknemer van uitbetaling niet-genoten vakantiedagen in beëindigingsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en Stichting Research Instituut voor Bedrijfswetenschappen (RVB) over de uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen bij beëindiging van het dienstverband. De werknemer vorderde betaling van vakantiedagen, maar RVB stelde dat deze aanspraak was prijsgegeven in een beëindigingsovereenkomst (de 'package deal').
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de werknemer door acceptatie van het aanbod onvoorwaardelijk afstand had gedaan van de aanspraak op uitbetaling van vakantiedagen. De werknemer stelde in hoger beroep en cassatie dat deze afstand nietig was vanwege het dwingendrechtelijke karakter van de wettelijke bepalingen die uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen regelen.
De Hoge Raad bevestigt dat hoewel de wet afwijking ten nadele van de werknemer verbiedt, afstand van het recht op uitbetaling mogelijk is wanneer dit niet nadelig is voor de werknemer. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de werknemer onvoorwaardelijk akkoord is gegaan met de regeling en afstand heeft gedaan van zijn aanspraak, mede gelet op de omstandigheden en juridische bijstand. De klacht wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de werknemer door acceptatie van de beëindigingsovereenkomst afstand heeft gedaan van zijn recht op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen.