ECLI:NL:PHR:1999:AA2841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen naheffingsaanslag accijns wegens illegale vervaardiging en voorhanden hebben van jenever en alcohol
In deze zaak is een cassatieberoep ingesteld door de belanghebbende tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 februari 1998. Het geschil betreft een naheffingsaanslag accijns opgelegd door de Inspecteur wegens het illegaal vervaardigen en voorhanden hebben van jenever en alcohol in een loods zonder vergunning.
Tijdens een gerechtelijk vooronderzoek werd op 8 september 1995 een huiszoeking verricht in een door de belanghebbende gehuurde loods, waarbij tanks met jenever en alcohol en bedrijfsmiddelen voor de vervaardiging van jenever werden aangetroffen. De belanghebbende had alcohol gekocht en deze bewerkt tot jenever. Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat de belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de schatting van de Inspecteur onjuist was.
De belanghebbende voerde drie middelen aan in cassatie, waaronder een klacht over het ontbreken van een bepaalde overweging in het arrest en een betwisting van de bewijslastverdeling. Deze middelen werden verworpen omdat het Hof zijn oordeel niet onbegrijpelijk had gegeven en er geen sprake was van onjuiste bewijslastverdeling.
De Procureur-Generaal overweegt dat de zaak vragen van Europees recht oproept over de accijnsheffing op het 'voorhanden hebben' van accijnsgoederen, en stelt voor deze vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor te leggen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt bevestigd en de cassatiemiddelen worden verworpen.