ECLI:NL:PHR:1997:AA3194
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over voorhanden hebben van accijnsgoederen
De belanghebbende, eigenaar van een champignonkwekerij, werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een illegale alcoholbranderij en een grote hoeveelheid accijnsgoederen in een afgesloten ruimte die hij naar eigen zeggen had verhuurd. Het hof verwierp het verweer dat de ruimte was verhuurd en dat de belanghebbende geen feitelijke beschikkingsmacht had over de goederen.
De Hoge Raad constateert dat het hof ten onrechte buiten het geschil is getreden door te twijfelen aan de verhuur zonder dat de inspecteur dit had bestreden, en dat het hof onvoldoende rekening hield met het bewijs van huurinkomsten. Ook was de kwestie van het ontbreken van een sleutel niet meer in geschil, maar het hof hechtte hier toch geen geloof aan.
De verklaring van afstand van de goederen door de belanghebbende kan wel duiden op beschikkingsmacht, maar het hof lijkt dit niet als enige grondslag te hebben genomen. Gezien deze onduidelijkheden vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor heroverweging.
Daarnaast wijst de conclusie op principiële vragen over de uitleg van Europese accijnsregels, maar acht het niet nodig deze te behandelen zolang niet vaststaat dat de belanghebbende de goederen voorhanden heeft gehad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.