Conclusie
Korte beschrijving van de zaken.
Huurverhoging of opzegging bij voorzieningen.
zal de verhuurder tot het aanbrengen van voorzieningen die strekken tot verbetering van de woning, in de regel slechts bereid zijn indien de huurder tegenover die verbeteringen instemt met een verhoging van de huurprijs…. De verhuurder zal daarom in zijn aanbod voor een nieuwe, dergelijke voorzieningen omvattende huurovereenkomst veelal ook zo'n verhoging opnemen. Onaannemelijk is dat dit laatste, in verband met de laatste zinsnede van art. 1623.''
Hierbij was vereist dat voordat de verbeteringen zijn tot stand gekomen, partijen overeenstemming moeten hebben verkregen over de hoogte van het in de huurprijs door te berekenen bedrag, welk bedrag bovendien nog ingevolge het bepaalde in artikel 14 HPW Pro kan worden getoetst." (in gelijke zin Kg. Roermond 13 maart 1986, Woonrecht 1986, nr. 56; Huurcommissie Rotterdam 20 mei 1986, Woonrecht 1987, nr. 34).
Middel I: keuze.
eal., hield in:
ebetekenis behoudt. Een nieuwe overeenkomst met betrekking tot het gehuurde behoeft immers niet slechts te zien op de wens een andere (hogere) huurprijs te verkrijgen. …. Het aanbrengen van (collectieve) voorzieningen in of aan het gehuurde kan terecht door de verhuurder verlangd worden …. Zij meenden dan ook, dat er aanleiding is het voorstel om dit vijfde onderdeel te laten vervallen, opnieuw in overweging te nemen. Wat zal het gevolg zijn, vroegen de leden der fracties van K.V.P., A.R.P. en C.H.U., indien wordt opgezegd en een geheel nieuw huurcontract wordt aangeboden,
onder andereinhoudende een huurverhoging?"
eal., hield in:
ebetekenis behoudt. Een nieuwe overeenkomst met betrekking tot het gehuurde behoeft immers niet slechts te zien op de wens een andere huurprijs te verkrijgen. Met deze laatste opmerking kan worden ingestemd. Wij hebben de schrapping van dit onderdeel teruggenomen [1]. ….Het element van wijziging van de huurprijs moet in het aanbod van een nieuwe huurovereenkomst buiten beschouwing blijven, omdat geschillen over de huurprijs langs de weg van de Huurprijzenwet woonruimte dienen te worden behandeld."
Middel II: overeenstemming over de huurverhoging.
Middel III: de omvang van het geschil.
hebben met de voorzieningen op zichzelf …. ingestemd maar vanwege het geringe nut en rendement niet met de daarmee gepaard gaande huurverhoging. Tussen partijen bestaat dan ook alleen geschil omtrent de verhoging van de huurprijs".
Middel IV: wanprestatie.
De (verhuurster) heeft …. aangevoerd, dat de kantonrechter ….. 2. geheel is voorbijgegaan aan haar stelling, dat de weigering van de geïntimeerden wanprestatie vormt …. Wat de tweede grond betreft –het zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt- hebben (de huurders) terecht aangevoerd dat die grond door de (verhuurster) niet als opzeggingsgrond is gehanteerd. Die grond behoort ingevolge artikel 1623 d, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek dan ook buiten beschouwing te blijven."