ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3982
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beschikking deviezenprovisie en formele rechtskracht van bestuursbesluit
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de verschuldigdheid van deviezenprovisie door appellante aan de Centrale Bank van Aruba (CBA) centraal. De CBA stelde bij brief van 25 oktober 2000 de deviezenprovisie vast, waarna appellante bezwaar maakte en beroep instelde tegen deze beschikking. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, maar het hoger beroep richt zich op de vraag of de brief van 25 oktober 2000 wel een beschikking is en of deze beschikking in rechte onaantastbaar is geworden.
Het Hof overweegt dat de brief van de CBA, hoewel de CBA niet bevoegd was om deviezenprovisie in rekening te brengen, wel een beschikking inhoudt omdat zij gericht is op een rechtsgevolg. Appellante's verweer dat de brief geen beschikking is, wordt verworpen. Ook is het Hof van oordeel dat de beschikking, nu er geen rechtsmiddelen tegen zijn ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijnen, in rechte onaantastbaar is geworden.
Verder wijst het Hof het beroep af dat een e-mail van appellante als bezwaarschrift moet worden aangemerkt, omdat deze niet voldoet aan de vereisten van een bezwaarschrift. De erkenning door de CBA dat zij niet bevoegd was deviezenprovisie te heffen over bepaalde betalingen, leidt niet tot een uitzondering op de formele rechtskracht van de beschikking. Het Hof bevestigt daarom de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg, met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de beschikking van 25 oktober 2000 in rechte onaantastbaar is geworden en wijst het hoger beroep van appellante af.