ECLI:NL:OGHACMB:2026:174
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- C.J.H.G. Bronzwaer
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over eigendom strook grond en verkrijgende verjaring op Curaçaose overheidsgrond
Deze zaak betreft de eigendom van een strook grond waarop een scheidingsmuur deels op het aangrenzende perceel van Het Land is gebouwd. Melber, eigenaar van het aangrenzende perceel, vorderde eigendom van deze strook grond op grond van verkrijgende verjaring.
In eerste aanleg werd geoordeeld dat Melber eigenaar was geworden door verjaring. Zowel Het Land als de erfpachter kwamen in hoger beroep tegen dit vonnis. Het Hof herbeoordeelde de zaak en stelde vast dat ingebruikneming van overheidsgrond in het Caribisch deel van het Koninkrijk niet als bezit geldt zoals bedoeld in artikel 3:113 BW Pro. Het vermoeden dat wie een goed houdt dit voor zichzelf houdt, is in dit geval weerlegd.
Het Hof oordeelde dat de feitelijkheden, zoals het gebruik van de muur als buitenmuur van een fitnesscentrum en de vergunning voor verhoging, onvoldoende zijn om bezit aan te nemen. De vorderingen van Melber werden afgewezen en het vonnis van eerste aanleg vernietigd. De proceskosten werden verdeeld tussen partijen.
De uitspraak bevestigt eerdere jurisprudentie over het bijzondere karakter van overheidsgrond in het Caribisch deel van het Koninkrijk en de beperkingen van verkrijgende verjaring daarop.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis van eerste aanleg en wijst de vorderingen van Melber af wegens ontbreken van bezit van de overheidsgrond.