ECLI:NL:OGHACMB:2020:149
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkrijgende verjaring van overheidsgrond door exploitant watersportbedrijf op Aruba
WLW, exploitant van een watersportbedrijf op een stuk strand tussen twee hotels op Aruba, vorderde in hoger beroep dat het Hof verklaart dat zij door verjaring eigenaar is geworden van het perceel grond waarop zij haar bedrijf uitoefent. WLW baseerde haar vordering op het langdurige gebruik sinds 1959 en het bezit sinds 1970.
Het Hof oordeelde dat het gebruik van overheidsgrond in Aruba, mede gelet op de lokale verkeersopvattingen, doorgaans niet leidt tot verkrijgende verjaring. Dit komt doordat dergelijke gronden als domeingrond worden beschouwd en het gebruik ervan door particulieren wordt gedoogd zolang de overheid de grond niet zelf nodig heeft. Het exclusieve karakter van het gebruik door WLW en haar rechtsvoorganger is onvoldoende om bezit aan te nemen dat het eigendom van de overheid tenietdoet.
De stellingen van WLW dat de overheid het gebruik altijd heeft geaccepteerd en geen vergoeding heeft gevraagd, zijn onvoldoende om bezit te bewijzen. Het Hof bevestigde het vonnis van de rechtbank dat het perceel eigendom blijft van het Land Aruba en wees de vorderingen van WLW af. De proceskosten in hoger beroep zijn voor WLW, maar aan de zijde van het Land begroot op nihil.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat WLW geen eigenaar is geworden van het strandperceel door verjaring en wijst haar vorderingen af.