ECLI:NL:OGHACMB:2019:150
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Tussenuitspraak
- E.A. Saleh
- F.W.J. Meijer
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over dwaling en bewijsaanbod in vaststellingsovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of een vaststellingsovereenkomst vernietigd kan worden wegens dwaling, mede gelet op het bewijsaanbod in hoger beroep. Het Hof verwijst naar eerdere tussenvonnissen en constateert dat appellant onvoldoende concreet bewijs heeft aangeboden om het bestaan van een wilsgebrek te onderbouwen.
De geïntimeerde stelde dat zijn investering mede bestond uit bedragen uit de personenvennootschap, terwijl appellant belast was met de administratie maar deze niet adequaat heeft gevoerd. Het Hof interpreteert de beëindigingsovereenkomst als deels een vaststellingsovereenkomst en benadrukt dat een beroep op dwaling in dat kader slechts onder strikte voorwaarden mogelijk is.
Het bewijsaanbod van appellant wordt afgewezen omdat het niet voldoet aan de vereisten van specificiteit en concreetheid, mede gezien de reeds overgelegde documenten en verklaringen. Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en wijst het bewijsaanbod van appellant af wegens onvoldoende specificatie.