Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.Beoordeling
Rijkswet op het Nederlanderschapis op 1 januari 1985 in werking getreden (KB van 20 december 1984, Stb. 655), zodat, gelet op de slotzin van artikel 27 lid Pro 2 (oud) RwNed de optieverklaring van 19 augustus 1992 te laat is afgelegd. Hieruit volgt dat verzoekster daardoor niet het Nederlanderschap heeft verkregen.
Memorie van Toelichtingen
Nota naar aanleiding van het verslagbij de desbetreffende wijziging van de Rijkswet is uiteengezet (Kamerstukken 25891 [R 1609], nrs. 3 en 5 bij artikel 6), is de optie van een eenzijdige verklaring die direct het Nederlanderschap verschaft geworden tot een optieverklaring die eerst door bevestiging van overheidswege leidt tot verkrijging van het Nederlanderschap. De verzwaring van de optieprocedure is noodzakelijk om vroegtijdig de rechtmatigheid van een uitgebrachte optie te kunnen vaststellen. Zij is bovendien noodzakelijk om mogelijk te maken dat de gevolgen van een optie ten aanzien van de naam en de medegelding van de verkrijging voor de kinderen zoveel mogelijk gelijk zijn aan die bij de naturalisatie. De in artikel 6 lid 3 RwNed Pro bedoelde bevestiging is een beschikking waartegen kan worden opgekomen ingevolge de toepasselijke wetgeving ter zake van administratieve rechtspraak.
Nota naar aanleiding van het verslag(nr. 5, bij artikel 14) opgemerkt:
Rijkswet op het Nederlanderschapen de
Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname(HR 11 april 1997, NJ 1997, 705). Daaronder is niet begrepen een zodanige verkrijging (of behoud) van het Nederlanderschap door de werking van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel (HR 16 september 1994, NJ 1995, 563; HR 19 december 2003, LJN: AL8544, NJ 2009, 338).
(Europees) Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden[EVRM] noch aan enige andere bepaling van het EVRM kan het recht worden ontleend op de verkrijging van een bepaalde nationaliteit (HR 1 februari 2008, LJN: BC1847, NJ 2008, 82; HR 25 mei 2012, LJN: BV9435, NJ 2012, 337).
Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten[IVBPR] en artikel 1 van Pro Protocol nr. 12 bij het EVRM), zoals met succes gedaan in HR 26 januari 2007, LJN: AZ1624, NJ 2007, 73 (een Arubaanse nationaliteitszaak), faalt. Verzoekster bevindt zich niet in een relevant vergelijkbare positie ten opzichte van personen die wel onder artikel 14, eerste lid, RwNed vallen. Bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap, bedoeld in artikel 14, eerste lid, RwNed is sprake geweest van een tot Nederlanderschap leidende rechtshandeling (in geval van een optie: een formele bevestiging als bedoeld in artikel 6 lid 3 RwNed Pro) van de met de uitvoering van de
Rijkswet op het Nederlanderschapbelaste autoriteiten.