ECLI:NL:HR:2012:BV9435
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit bij gezinshereniging met oudere halfbroer
Verzoekers, geboren in Somalië, werden als minderjarigen in het kader van gezinshereniging door hun oudere halfbroer naar Nederland gehaald. Deze broer verkreeg in 1997 het Nederlanderschap door naturalisatie, waarbij werd aangenomen dat verzoekers als zijn kinderen meededen in deze verkrijging op grond van art. 11 lid 1 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Verzoekers stelden dat zij als adoptiefkinderen van hun broer moesten worden beschouwd en daardoor het Nederlanderschap hadden verkregen. De Staat betwistte dit, mede omdat uit onderzoek bleek dat zij feitelijk halfbroers zijn en niet voldeden aan de formele adoptievoorwaarden volgens Nederlands internationaal privaatrecht.
De rechtbank wees de verzoeken af, stellende dat de wettelijke eisen voor medenaturalisatie niet waren vervuld. Verzoekers voerden aan dat de bijzondere gezinssituatie gelijk moest worden gesteld met adoptie in het licht van art. 8 EVRM Pro, maar de Hoge Raad verwierp dit, stellende dat het EVRM geen recht op verkrijging van nationaliteit verleent.
De Hoge Raad bevestigde dat verzoekers het Nederlanderschap nooit hadden verkregen en verwierp het beroep. Er was geen sprake van een naturalisatiebesluit met valse persoonsgegevens zoals in eerdere jurisprudentie. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 25 mei 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat verzoekers het Nederlanderschap niet hebben verkregen via medenaturalisatie.