ECLI:NL:HR:2003:AL8544
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling behoud Nederlandse nationaliteit na vestiging in Suriname volgens Toescheidingsovereenkomst
Verzoeker, geboren in Suriname en bij geboorte Nederlands, woonde op het moment van Surinaamse onafhankelijkheid in Nederland en behield toen zijn Nederlandse nationaliteit. Na terugkeer naar Suriname in 1983 werkte hij daar en kreeg hij Surinaamse nationaliteit volgens de Toescheidingsovereenkomst. De rechtbank wees zijn verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap af en de Hoge Raad bevestigt deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat het vertrouwen op behoud van de Nederlandse nationaliteit door het verkrijgen van Nederlandse reisdocumenten en contacten met de ambassade niet tot behoud leidt. Ook de wijziging van de Toescheidingsovereenkomst in 1994 met terugwerkende kracht tot 1986 is niet van toepassing op verzoeker, die zich al in 1983 in Suriname vestigde.
De Hoge Raad bevestigt dat de tweejaarstermijn voor verkrijging van Surinaamse nationaliteit begint bij feitelijke vestiging, niet bij het moment van besluit tot vestiging. Het beroep wordt verworpen, waarmee de eerdere afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap definitief blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.