Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Vergoeding kosten bezwaar
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Belanghebbende, werkzaam als controle-ambtenaar in Sint Maarten, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd omdat bij de definitieve aanslag over 2015 te veel loonbelasting was verrekend. Hij voerde aan dat de navordering onterecht was wegens het ontbreken van een nieuw feit en een schending van het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.
Het Gerecht oordeelde dat op grond van artikel 13 lid 2 van Pro de Algemene landsverordening landsbelastingen geen nieuw feit vereist is voor navordering bij onjuiste verrekening van loonbelasting. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende, gezien zijn deskundigheid en de feiten waaronder een loonslip en eerdere communicatie, redelijkerwijs de onjuistheid van de aanslag had moeten beseffen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat belanghebbende geen bewijs had geleverd van ongelijke behandeling. De navorderingsaanslag werd verminderd tot het correcte bedrag van ingehouden loonbelasting. Verder werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar gegrond verklaard, maar werd om proces-economische redenen geen beslissing op bezwaar opgelegd.
Ten aanzien van proceskosten werd belanghebbende deels in het gelijk gesteld: een redelijke vergoeding voor reis- en verblijfkosten werd toegekend, maar niet het volledige gevraagde bedrag. Het griffierecht werd vergoed. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd en het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard; het beroep op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel wordt verworpen.