Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 4 november 2022 aanslagen voor premies AOV/AWW en AVBZ over 2020 opgelegd. Tegen deze aanslagen maakte belanghebbende bezwaar, waarop de Inspecteur bij uitspraken op bezwaar van 23 juni 2023 de aanslagen volledig heeft verminderd naar nihil. Desondanks stelde belanghebbende op 3 juli 2023 beroep in bij het Gerecht en betaalde het griffierecht.
Tijdens de procedure bracht de Inspecteur het Gerecht en belanghebbende op 4 april 2024 op de hoogte van de volledige vermindering van de aanslagen, waardoor het procesbelang mogelijk was komen te vervallen. Het Gerecht verzocht belanghebbende om het beroep in te trekken, maar kreeg geen reactie. Telefonisch en per e-mail gaf belanghebbende aan het beroep niet te willen intrekken vanwege taalproblemen.
Op de zitting van 25 april 2024 verscheen geen van de partijen. Het Gerecht vroeg belanghebbende schriftelijk te bevestigen of hij het beroep wilde voortzetten, waarop belanghebbende aangaf een uitspraak te wensen. Het Gerecht oordeelde echter dat doordat de Inspecteur volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen, het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Inspecteur hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar wel het betaalde griffierecht van NAf 50.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het procesbelang is komen te vervallen door volledige tegemoetkoming van de Inspecteur.