Uitspraak
Uitspraak
[Eiseres],
de minister van Justitie,
Inleiding
Beoordeling door het Gerecht
Conclusie en gevolgen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
zes wekenna de dag van kennisgeving van de uitspraak.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een in Nederland geboren Nederlandse, woont sinds meer dan tien jaar in Curaçao en beschikt over een Van rechtswege verklaring (VRW-verklaring) die haar rechtmatig verblijf garandeert. Zij verzocht om een Verklaring niet van toepassing (NVT-verklaring), welke door de minister van Justitie werd afgewezen omdat zij niet onder de categorieën van artikel 1 van Pro de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) valt.
Eiseres stelde dat de afwijzing in strijd was met artikel 12, vierde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), verwijzend naar jurisprudentie waarin langdurig verblijf in Curaçao een sterke band met het land zou creëren, gelijk aan 'own country'. Het Gerecht oordeelde echter dat het onderscheid tussen in artikel 1 genoemde Pro Nederlanders en anderen gerechtvaardigd is ter bescherming van de sociaaleconomisch kwetsbare samenleving van Curaçao.
Daarnaast benadrukte het Gerecht dat eiseres reeds rechtmatig toegang en verblijf in Curaçao heeft via haar VRW-verklaring en dat de afwijzing van de NVT-verklaring haar recht op terugkeer en verblijf in haar eigen land niet beperkt. De situatie van eiseres verschilt wezenlijk van eerdere zaken waarin een NVT-verklaring werd toegekend, met name doordat zij pas op latere leeftijd naar Curaçao kwam en reeds een VRW-verklaring bezit.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de NVT-verklaring in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Verklaring niet van toepassing is ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing in stand blijft.