ECLI:NL:HR:2000:AA8448
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over discriminatie en toepassing Landsverordening Toelating en Uitzetting Nederlandse Antillen
Eisers stelden dat artikel 1 van Pro de Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU) een ontoelaatbaar discriminatoir onderscheid maakt tussen in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders en andere Nederlanders. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af, maar het Hof vernietigde dit en verklaarde bepaalde bepalingen van de LTU niet van toepassing op bepaalde groepen Nederlanders.
De Hoge Raad beoordeelde de gronden van het hof en oordeelde dat het onderscheid in de LTU geen verboden discriminatie oplevert, omdat het een legitiem doel dient, namelijk de bescherming van economische belangen van de Antilliaanse inwoners, en het middel proportioneel is. Tevens werd geoordeeld dat het hof binnen zijn rechterlijke taak bleef door bepaalde bepalingen buiten toepassing te verklaren.
Daarnaast wees de Hoge Raad op het belang van voldoende motivering bij niet-ontvankelijkheid en dat het hof onvoldoende had gespecificeerd ten opzichte van wie de vorderingen werden toegewezen of afgewezen. Het arrest vernietigt het hofvonnis deels en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hofvonnis wordt deels vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.