Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
.
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, ontving in 2015 loon uit een dienstbetrekking in Curaçao. De Inspecteur stelde een aanslag inkomstenbelasting 2015 vast zonder toepassing van de basiskorting, omdat artikel 24A, lid 1, tweede volzin, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 sinds 1 januari 2015 bepaalt dat niet binnen Curaçao wonende belastingplichtigen geen recht hebben op deze korting.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde beroep in bij het Gerecht. Het beroep werd echter buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend. Hoewel belanghebbende stelde pas drie maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar op de hoogte te zijn gekomen, oordeelde het Gerecht dat de beroepstermijn ook dan was overschreden, omdat het beroep niet binnen twee weken na kennisname was ingesteld.
Het Gerecht verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens overwoog het Gerecht dat de Inspecteur terecht geen basiskorting toepaste, conform de geldende wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie. Er werd geen vergoeding van proceskosten of griffierecht toegekend.
De uitspraak werd gedaan door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 31 maart 2021. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.