Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
.
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Basiskorting
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, heeft in 2016 loon genoten uit een dienstbetrekking in Curaçao. De Inspecteur stelde een aanslag inkomstenbelasting vast waarbij de basiskorting niet werd toegepast, conform artikel 24A, lid 1, tweede volzin van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB), die sinds 1 januari 2015 bepaalt dat niet binnen Curaçao wonende belastingplichtigen geen recht hebben op de basiskorting.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij het Gerecht. Tijdens de zitting, die vanwege COVID-19 via videoverbinding plaatsvond, werd het geschil besproken. Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur terecht de basiskorting niet toepaste, omdat belanghebbende geen ingezetene van Curaçao was in 2016.
Verder overwoog het Gerecht dat het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar door de Inspecteur niet de rechtsgeldigheid van de aanslag aantastte, temeer daar belanghebbende geen beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.