Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Schending hoorplicht
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, woonachtig in Bonaire, deed aangifte inkomstenbelasting in Curaçao als buitenlands belastingplichtige en gaf een pensioen van het Algemeen Pensioenfonds Curaçao (APC), een Curaçaose AOV-uitkering en huuropbrengsten aan. Het geschil betrof de premieplicht voor de AVBZ, met name of het pensioen en de AOV-uitkering premieplichtig zijn.
Het Gerecht stelde vast dat belanghebbende geen ingezetene van Curaçao is en geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in Curaçao geniet, waardoor zij niet verzekerd is voor de AVBZ. De AOV-uitkering wordt niet als loon uit dienstbetrekking beschouwd en het pensioen, hoewel loon uit vroegere dienstbetrekking, leidt niet tot premieheffing. Tevens is belanghebbende in Bonaire verzekerd voor ziektekosten met een gelijkwaardige dekking.
De Inspecteur had nagelaten belanghebbende te horen tijdens bezwaar, wat het Gerecht benadeelde, waardoor de uitspraak op bezwaar werd vernietigd. Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Het beroep tegen de aanslag premie AVBZ werd gegrond verklaard en de aanslag werd verminderd tot nihil. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag premie AVBZ is gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot nihil, het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting niet-ontvankelijk.