Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontving op 2 november 2018 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies voor het jaar 2014. Tegen deze aanslagen maakte belanghebbende bezwaar en stelde vervolgens beroepen in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De Inspecteur heeft nadien de navorderingsaanslagen vernietigd in de uitspraken op bezwaar.
Het Gerecht oordeelt dat de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk zijn omdat de Inspecteur inmiddels heeft beslist. Tevens zijn de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, nu de Inspecteur de klachten volledig heeft ingewilligd. Het Gerecht ziet geen aanleiding om de Inspecteur in de proceskosten te veroordelen omdat de verleende rechtsbijstand niet door een derde is verricht.
Het Gerecht draagt de Inspecteur op het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden, aangezien het beroep tegen de reële uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard maar de Inspecteur aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De uitspraak is gedaan door rechter mr. A.J.H. van Suilen op 2 december 2020.
Uitkomst: Beroepen tegen niet tijdig beslissen en tegen uitspraken op bezwaar zijn niet-ontvankelijk verklaard en griffierecht wordt vergoed.