Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
Eiseres,
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN
[naam1] (hoofd beheer waterschappen) en [naam 2] (beleidsmedewerker DOW). Tijdens de regiezitting zijn met partijen afspraken gemaakt ten behoeve van een effectieve inhoudelijke behandeling van het beroep op 25 oktober 2023.
15 september 2023 nadere stukken ingediend en hebben partijen op 22 september 2023 per mail gereageerd op een voorlopig oordeel van het Gerecht over de bevoegdheid van de minister. Bij email van 17 oktober 2023 heeft de minister het Gerecht bericht dat de minister van Transport, Integriteit, Natuur en Ouderenzaken (TINO) de beslissing op bezwaar van 5 maart 2023 indien aan de orde voor zijn rekening neemt.
9 juli 2021 (ECLI:NL:CRVB:2021:1500) overweegt het Gerecht dat als het bestuursorgaan ondanks het feit dat niet tijdig bezwaar is gemaakt toch een inhoudelijk besluit neemt en de belanghebbende tot wie de beslissing op bezwaar is gericht daarna beroep instelt tegen dat besluit, zijn rechtszekerheid vergt dat hem niet door de bestuursrechter, ambtshalve of op initiatief van het bestuursorgaan, wordt tegengeworpen dat het bezwaar niet tijdig was.
19 januari 2022 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:2). In die uitspraak verwijst het Hof naar de in 6.1 genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 juli 2021. Weliswaar in een iets andere situatie, maar het Hof sluit zich wel bij die uitspraak aan.
3 augustus 2020 stelt het Gerecht vast dat medewerkers van deze dienst drie controles hebben uitgevoerd tijdens de testfase van de vuilverbrandingsinstallatie. Uit het advies blijkt echter niet naar welke technische aspecten van de vuilverbrandingsinstallatie gekeken moet worden om te concluderen dat geen sprake is van vrees voor gevaar. Bij de aanvraag om een hindervergunning in deze zaak zijn ook geen (technische) gegevens gevoegd over de vuilverbrandingsinstallatie. Als bijlage bij productie 14 bij het verweerschrift heeft de minister die gegevens overgelegd, maar niet is gebleken dat de Dienst Technische Inspecties die gegevens heeft beoordeeld en aan de hand van welk kader. Weliswaar staat in het advies dat de emergency stopknoppen werkten en dat de opvangbak van de dieseltank moet worden aangepast, maar dat is naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende om op basis daarvan te concluderen dat er geen vrees is voor gevaar als bedoeld in artikel 10 van Pro de Hinderverordening.