Belanghebbende, een Aruba Vrijgestelde Vennootschap (AVV), had een renteloze rekening-courantvordering op haar aandeelhouder. De Inspecteur stelde dat deze vordering niet valt onder de vrijgestelde activiteit 'beleggen van vermogen' zoals bedoeld in het Landsbesluit, waardoor de winstbelastingaanslag terecht is opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat de vordering wel als beleggen van vermogen moet worden beschouwd en dat een deel van de verstrekte gelden een verkapte dividenduitkering zou zijn. Het Gerecht oordeelde dat de rekening-courantvordering vanwege het renteloze karakter en het structurele karakter niet voldoet aan het criterium van normaal vermogensbeheer en rendement. De rentecorrectie naar 5% bevestigt dat er geen gebruikelijk rendement wordt behaald.
Daarnaast werd het betoog van belanghebbende dat sprake zou zijn van een schijnlening verworpen, omdat de terugbetalingsverplichting aannemelijk is en de verklaring dat het om een dividenduitkering zou gaan niet geloofwaardig is. Hierdoor kwalificeert de vordering fiscaalrechtelijk als lening en niet als beleggen van vermogen.
Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de aanslag winstbelasting vast op een lagere winst. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.