Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
Verklaring uitruil reiskosten
4.2 Ongewijzigd doorlopen vaste reiskostenvergoeding
1. Een werknemer krijgt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,08 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling. Hij werkt sinds de coronamaatregelen vanuit huis. In december 2020 geeft de werknemer aan dat hij het individueel keuzebudget (IKB) wil inzetten voor een aanvullende reiskostenvergoeding. Kan de werkgever onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling?De werkgever mag de goedkeuring uit het besluit alleen toepassen als de werknemer zijn keuze voor de uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt.
Reiskosten
3.De oordelen van het Hof
Uit het enkele aanbod van de werkgever om IKB uit te ruilen tegen een onbelaste reiskostenvergoeding volgt naar het oordeel van het Hof niet dat werkgever en werknemer een onbelaste reiskostenvergoeding hebben afgesproken. Volgens het Hof leidt de ondertekening van de hiervoor in 2.2 opgenomen verklaring evenmin tot een onvoorwaardelijk recht op een onbelaste reiskostenvergoeding. In de verklaring is immers in onderdeel a) vermeld dat een werknemer eerst uitbetaling kan ontvangen, nadat hij een IKB-uitruil heeft gedaan door het zetten van een vinkje in het digitale salarissysteem. Het Hof overweegt dat met een IKB-uitruil wordt gedoeld op een aanvraag in het digitale salarissysteem waarmee de werknemer in aanmerking komt voor een reiskostenvergoeding. Het Hof oordeelt, onder verwijzing naar het hiervoor in 2.7 bedoelde stuk, dat de verklaring op zichzelf niet tot gevolg heeft dat in 2020 sprake zou zijn van een doorlopende vaste reiskostenvergoeding. Dat betekent volgens het Hof dat van een ongewijzigd doorlopen van een vaste reiskostenvergoeding geen sprake is voor zover de werknemer in het digitale salarissysteem nog geen bestedingskeuze voor uitruil na 12 maart 2020 heeft geëffectueerd. De verklaring zelf geeft dus geen recht op een reiskostenvergoeding. In zoverre kan belanghebbende zich niet met succes beroepen op de goedkeuring in het Besluit van 14 april 2020, aldus het Hof.