ECLI:NL:HR:2026:58
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling heffingsambtenaar tot proceskostenvergoeding bij ongegrond hoger beroep
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing 2021. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond en kende geen proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.
De Hoge Raad oordeelt dat bij ongegrond hoger beroep van het bestuursorgaan dit orgaan als hoofdregel veroordeeld moet worden in de proceskosten van de belanghebbende. Het Hof had dit niet gemotiveerd, waardoor de uitspraak onvoldoende is gemotiveerd en niet in stand kan blijven.
Het incidentele cassatieberoep van het Dagelijks Bestuur wordt verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad veroordeelt het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende voor het principale hoger beroep.
Over de hoogte van de vergoeding van de kosten van de cassatieprocedure zelf kan de Hoge Raad nog geen beslissing nemen vanwege onvoldoende gegevens. Belanghebbende krijgt gelegenheid nadere gegevens te verstrekken, waarna het Dagelijks Bestuur kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
De uitspraak is gewezen door raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij en op 16 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt het bestuursorgaan tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende wegens ongegrond hoger beroep en houdt verdere beslissing over hoogte vergoeding cassatiekosten aan.