ECLI:NL:HR:2026:245
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verkorting maximale looptijd 30%-regeling loonbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling loonbelasting bevestigde, ook in gevallen waarin eerder een beschikking met een langere looptijd was verleend.
De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:123) waarin de gronden voor afwijzing van het beroep uitvoerig zijn behandeld. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van belanghebbende falen en verklaart het beroep ongegrond.
De zaak betreft de toepassing van artikel 31a, lid 2, letter e en lid 7 van de Wet LB 1964, het Belastingplan 2019 en het evenredigheids-, rechtszekerheids-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Het arrest bevestigt de rechtmatigheid van de verkorting van de 30%-regeling en onderstreept de zorgvuldige afweging van belangen door de fiscus en rechterlijke instanties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling blijft van kracht.