Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant over een vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een partij goederen die de stof 3-MMC bevatte. De rechtbank oordeelde dat de partij goederen vatbaar was voor onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 36d Sr, omdat 3-MMC sinds oktober 2021 op lijst II van de Opiumwet staat en daarmee verboden is.
De Hoge Raad stelt dat het begrip 'feit' in artikel 36c en 36d Sr verwijst naar een begaan strafbaar feit en dat voor onttrekking aan het verkeer moet worden vastgesteld dat het inbeslaggenomen voorwerp in verband staat met een begaan strafbaar feit. De rechtbank heeft echter niet duidelijk gemaakt met welk strafbaar feit de voorwerpen verband houden, waardoor haar oordeel onvoldoende gemotiveerd is.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat hoewel de voorwerpen inmiddels zijn vernietigd en het beslag is beëindigd, dit niet in de weg staat aan een rechterlijke beschikking over onttrekking aan het verkeer. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.